Nieuws

December 2006

Enquête Studentenhuisvesting 2006
Dalende kamernood, stijgende huurprijzen

Hoe is het in Groningen gesteld met het kameraanbod? Dat is de grote vraag die de Groninger Studentenbond (GSb) jaarlijks probeert te beantwoorden met de ‘Kamernoodenquête’. Ook in 2006 werden meer dan 250 studenten in Groningen geënquêteerd. Uit dit onderzoek blijkt dat ruim 20% van de studenten geen kamer had gevonden aan het begin van zijn studiejaar. Bovendien waren er veel studenten op zoek naar een nieuwe kamer, omdat ze van ver komen en de eerste kamer hadden genomen die hun aangeboden was. In 2006 was in totaal 25,5% van de eerstejaars studenten aan het begin van hun studiejaar op zoek naar een kamer. Dit is een sterke daling ten opzichte van 2005, toen het nog om 44% van de eerstejaars ging.

Hogere huur
De GSb trekt de conclusie dat de inspanningen van gemeente Groningen en woningcorporaties resultaat hebben. Want terwijl Groningen de afgelopen jaren steeds meer eerstejaars studenten heeft gekregen, is de kamernood afgenomen. Er zijn de afgelopen jaren dus veel kamers bijgekomen. De GSb waarschuwt wel dat kamernood nog lang niet verdwenen is. Nog steeds heeft 1 op de 5 studenten immers helemaal geen kamer aan het begin van het jaar.
De studentenbond signaleert niet alleen, maar doet ook aanbevelingen. Zo moet er volgens de GSb nodig wat gedaan worden aan de fors stijgende huurprijzen. Studenten zijn het overgrote deel van hun inkomen kwijt aan woonlasten en vinden het bovendien steeds moeilijker om een betaalbare kamer te vinden. De GSb stelt dat de gemeente strenger moet toezien op naleving van de maximale huurprijs. Bovendien moet men eigenaren van kamerverhuurpanden – bijvoorbeeld via ‘Doe Normaal Ja!’ – wijzen op regelgeving op dit gebied. Ook moeten studenten zich beter bewust worden van hun rechten. Dat kan als onderwijsinstellingen, studentenverenigingen, gemeente en organisaties als de GSb, actief voorlichting (blijven) geven.

Ouderlijk huis
De GSb constateert dat steeds meer ouders van studenten een studentenpand kopen voor hun zoon of dochter. Volgens de GSb geen slechte ontwikkeling, maar wel een signaal dat het voor een bepaalde groep studenten steeds lastiger wordt om nog op kamers te gaan. Wie de stijgende huurprijzen niet kan betalen en bovendien geen kapitaalkrachtige ouders heeft, wordt volgens de studentenbond gedwongen om naast z’n studie te werken. Om ouders te stimuleren een studentenpand te kopen, zou het vergunningstelsel vereenvoudigd kunnen worden. Bovendien wil de GSb dat de kamerverhuurvergunning wordt gebruikt om ‘goede’ huurders (financieel) te belonen en ‘slechte’ te straffen.

Slechte kamers?
Tot slot een waarschuwing: de daling in de (kwantitatieve) kamernood, zou volgens de GSb weleens kunnen worden opgevangen door kwalitatief slechte kamers. Om de kwaliteit te waarborgen, moet de gemeente panden vaker controleren. Niet alleen op brandveiligheid, maar ook op achterstallig onderhoud. Studenten kunnen dan meteen gewezen worden op hoe zij prettig kunnen samenleven met de buurt.