Veel gestelde vragen

Buurtbewoner/student

Ik heb last van lawaaiige buren. Wat kan ik doen?
Ga eerst praten met de buren. Misschien weten zij zelf niet eens dat zij overlast veroorzaken. Wanneer overlast structureel is en praten echt niet helpt, kun je (maar wijkbewoners kunnen dat ook) overlast melden bij Meldpunt Overlast (telefoon: 050 587 58 85). Meldpunt Overlast zorgt ervoor dat de klacht bij de juiste instantie terechtkomt. De klager krijgt altijd te horen wat er met zijn klacht is gedaan.

Die fietsen in mijn straat, wat kan daar aan gedaan worden?
Gemeente Groningen probeert zoveel mogelijk de dagelijkse ergernissen te beperken. Bijvoorbeeld door het plaatsen van fietsrekken. Wie last heeft van fietsen die overal in de straat geparkeerd staan, kan de gemeente bellen. Die kijkt dan of er in de straat een fietsenrek geplaatst kan worden. De afgelopen drie jaar heeft de gemeente al 2.500 fietsrekken geplaatst.

Ik heb de indruk dat de gemeente niks doet aan studentenoverlast, klopt dat?
Gemeente Groningen voert juist actief campagne om overlast te beperken en te voorkomen. Daarmee is de stad uniek in Nederland. Het beleid bestaat onder meer uit het maximum stellen aan het aantal studentenpanden in een straat, het inspecteren van kamerverhuurpanden op brandveiligheid en achterstallig onderhoud, het plaatsen van fietsrekken en het verplichten van huiseigenaren om hun pand te voorzien van geluidsisolatie. Verder werken de inspecteurs van de gemeente nauw samen met politie en Meldpunt Overlast zodat er snel actie ondernomen kan worden wanneer er sprake is van structureel overlast. Tot slot investeert Groningen de komende tien jaar in de nieuwbouw van studentenpanden. Hierdoor kunnen studenten op meer plekken in de stad wonen.

In mijn straat wonen heel veel studenten, dat kan toch niet?
In sommige straten is (veel) meer dan 15 procent kamerverhuurpand. Dat komt omdat in het recente verleden de regels soepeler waren. De gemeente kan dit niet terugdraaien omdat de vergunning nu eenmaal is afgegeven. Wel is het zo dat wanneer het pand een andere bestemming krijgt – als woonhuis bijvoorbeeld – er niet opnieuw een vergunning wordt afgegeven.